Excel: absolute en relatieve verwijzingen

 Relatieve en absolute verwijzingen gebruikt u om formules makkelijk te kunnen kopiëren in uw Excel werkblad.

 In het schermafdruk hieronder ziet een voorbeeld met twee tabellen

 

In deze tabellen zijn de formules weergegeven en worden van de cellen H2 en F13 de broncellen aangewezen.

Tabel1:

De formule in de cel H2 is opgesteld en verwijst naar E2 en C1.

Omdat de formule gekopieerd moet worden naar de cellen H2:I4 moet in alle formules telkens verwezen worden naar de cel C1 en niet naar de cel die 4 stappen links en 1 stap omhoog staat. Dat zou dan telkens een verkeerde uitkomst geven.

Om een cel vast te pinnen gebruiken we de Functietoets F4.

Wanneer we bezig zijn een formule in te voeren en een cel of bereik hebben geselecteerd dat iedere keer weer gebruikt moet worden drukken we op F4 een $ - teken verschijnt zowel voor de kolom aanduiding als voor de rij aanduiding.

Dit betekent dat dit een absolute verwijzing is geworden naar deze kolom of rij en geen relatieve (het aantal cellen opzij en omhoog/omlaag).

Tabel2:

We willen een formule maken in de cel E7 wat een vermenigvuldiging is van de waarden in de rijen en de kolommen.

Vervolgens willen we de formule doorvoeren naar de cellen E7:F13

De waarden moet komen uit de rij 7 maar afhankelijk van de kolom telkens uit dezelfde kolom: oftwel de cel moet vastgepind worden op de rij maar moet horizontaal kunnen bewegen.

(dit is in de formule in E7 de verwijzing E$6)

De andere waarde van de formule moet altijd komen uit de D-kolom maar telkens uit dezelfde rij: oftwel de cel moet vastgepind worden op de kolom maar moet verticaal kunnen bewegen.

(dit is in de formule in E7 de verwijzing $D7)

U kunt een cel of een aantal cellen vastpinnen op een rij of kolom tijdens het maken van een formule door een aantal keren op de functietoets F4 te drukken de Verwijzing wordt telkens aangepast

bv:

      F4         F4       F4        F4

E6  -> $E$6 -> E$6 -> $E6 -> E6